Een wasmachine lijkt zichzelf schoon te houden, maar vanbinnen hoopt vuil zich snel op. Met een paar vaste onderhoudsroutines voorkom je stinkende was, vetluis en storingen, en blijft je machine jarenlang in topconditie.
Wasmachines draaien dag in, dag uit. En juist omdat ze water en wasmiddel gebruiken, denken veel mensen dat zo’n apparaat vanzelf schoon blijft. In de praktijk gebeurt vaak het tegenovergestelde: zeepresten, huidvetten, haren en vuil blijven achter in trommel, rubbers, leidingen en het zeepbakje. Combineer dat met veel wassen op lage temperatuur, en je hebt een perfecte voedingsbodem voor bacteriën en schimmel.
Het resultaat merk je meestal niet meteen. Eerst ruikt de was soms wat “muf”, daarna krijg je handdoeken die niet fris worden, of witte was die grauw oogt. Uiteindelijk kan achterstallig onderhoud zelfs zorgen voor verstoppingen of pompstoringen. Het goede nieuws: je hoeft echt geen monteur te zijn om je wasmachine schoon en fris te houden.
Waarom je wasmachine soms stinkt
Een veelvoorkomende boosdoener is vetluis: een vieze laag van wasmiddelresten en huidvet die zich opbouwt in trommel en leidingen, vooral bij wassen op 30 of 40 graden. Ook de deurmanchet (het rubber) is berucht: daar blijft water staan en dat kan schimmelplekken geven. Het zeepbakje verzamelt zeepresten die hard worden, en in het filter (bij de pomp) kunnen pluisjes en kleine voorwerpen terechtkomen. Als je wasmachine dan ook nog altijd meteen dichtgaat na een wasbeurt, blijft alles vochtig en warm — precies wat je niet wilt.
Dit onderhoud werkt echt
Met deze basisroutines hou je je machine het hele jaar door fris:
- Maandelijks een hete reinigingswas: draai een lege was op 60–90°C. Dat helpt om bacteriën en vetluis aan te pakken. Je kunt hiervoor een machinereiniger gebruiken.
- Rubbers schoonmaken: neem de deurmanchet minstens één keer per maand af met een vochtige doek. Check meteen de randjes op achtergebleven vuil.
- Zeepbakje spoelen: haal het bakje eruit, spoel met warm water en borstel aangekoekte resten weg.
- Filter controleren: maak het pompfilter eens per 1–2 maanden schoon. Leg een doekje klaar; er kan water uitkomen.
- Altijd laten luchten: laat na elke wasbeurt de deur en het zeepbakje op een kier staan. Dat voorkomt muffe geurtjes.
Let ook op het doseren van wasmiddel. Te veel wasmiddel is een klassieke fout: het spoelt niet goed weg en vormt juist extra residu. Stem de hoeveelheid af op hoe vies de was is en op de waterhardheid in jouw regio.
Fouten die je beter kunt vermijden
Sommige gewoontes lijken handig, maar werken averechts:
- Altijd koud of lauw wassen: prima voor delicate was, maar draai regelmatig ook warmer om de machine schoon te houden.
- De deur constant dicht: dan blijft vocht opgesloten en krijg je sneller schimmelgeur.
- Het filter vergeten: een verstopt filter kan wasproblemen én storingen veroorzaken.
- Overbeladen: als de trommel te vol zit, wordt je was minder schoon en slijt de machine sneller.
Extra tip voor frisse was: haal natte was zo snel mogelijk uit de trommel. Was die te lang blijft liggen, pakt sneller een muffe geur op — zelfs in een redelijk schone machine.
Als je dit onderhoud consequent doet, merk je het snel: frissere was, minder geurtjes en een machine die stiller en betrouwbaarder blijft draaien. Kleine gewoontes maken hier echt het verschil.
Reageren