Het Pentagon heeft circa 1.500 actieve militairen in Alaska op “stand-by” gezet voor een mogelijke inzet in de staat Minnesota, mocht president Donald Trump besluiten de Insurrection Act te gebruiken. In Minneapolis noemt burgemeester Jacob Frey zo’n stap “ongrondwettelijk” en roept hij demonstranten op vreedzaam te blijven.
Pentagon zet soldaten stand-by in Alaska
Volgens meerdere Amerikaanse media en persbureaus gaat het om twee infanteriebataljons van de 11th Airborne Division, een legeronderdeel dat is gestationeerd in Alaska en getraind is voor operaties in arctische, koude omstandigheden. Het gaat om zogeheten prepare-to-deploy orders: de militairen zijn dus niet automatisch onderweg, maar worden paraat gehouden voor het geval de situatie in Minnesota verder escaleert.
Het ministerie van Defensie spreekt in reacties richting media over “voorzichtige planning” en benadrukt dat het leger altijd voorbereid is om opdrachten van de opperbevelhebber uit te voeren. De mogelijke inzet staat los van reguliere ondersteuning door lokale politie of de Nationale Garde: het gaat hier expliciet om actieve militairen.
Dreiging met Insurrection Act en politieke spanning
De maatregel volgt op oplopende spanningen rond een grootschalige federale immigratie-operatie in - aangewakkerd door de doodgeschoten Renee Nicole Good en rond de Twin Cities (Minneapolis en St. Paul). In januari zijn er vrijwel dagelijks demonstraties geweest, nadat het Department of Homeland Security extra federale diensten naar Minnesota stuurde om het immigratiebeleid te handhaven.
Trump dreigde op donderdag 15 januari 2026 (Amerikaanse tijd) op sociale media met het inzetten van de Insurrection Act (1807) als lokale bestuurders de onrust niet zouden stoppen. Een dag later temperde hij die toon: volgens Trump was inzet “nu” niet nodig, maar hij herhaalde dat hij de wet wél zou gebruiken als hij dat nodig acht.
De Insurrection Act is omstreden omdat de wet in uitzonderlijke situaties toestaat dat een president het leger inzet binnen de VS. De wet werd de laatste decennia zelden gebruikt; vaak wordt verwezen naar de inzet tijdens de onrust in Los Angeles in 1992.
Burgemeester Frey: ‘ongrondwettelijk’ en oproep tot kalmte
Burgemeester Jacob Frey van Minneapolis noemt het vooruitzicht van actieve militairen in zijn staat “belachelijk” en “volledig ongrondwettelijk”. In interviews benadrukte hij dat demonstranten hun recht op protest moeten blijven uitoefenen, maar dat geweld juist kan worden aangegrepen als argument voor verdere militarisering.
Frey stelt bovendien dat Minneapolis wél samenwerkt met federale diensten bij de aanpak van zware criminaliteit, maar niet bij wat hij ziet als willekeurige controles of aanhoudingen op basis van uiterlijk. Hij waarschuwt voor een situatie waarin federale agenten en troepen “met duizenden” in de stad aanwezig zijn en daarmee de lokale politie ruim overtreffen, wat volgens hem juist onrust kan aanwakkeren in plaats van verminderen.
Ook gouverneur Tim Walz heeft opgeroepen tot de-escalatie. Hij liet weten de Nationale Garde te hebben gemobiliseerd, maar die (vooralsnog) niet daadwerkelijk op straat te hebben ingezet.
Reageren