Na een koude start van januari lijkt Nederland vanaf komend weekend opnieuw een koudere fase in te gaan. Vooral ’s nachts neemt de kans op vorst toe, met mogelijk ook winterse neerslag.

Wat zeggen verwachtingen voor komende weken?

De kern van het verhaal: het wordt kouder, maar het is nog geen “zeker koude-inval-met-ijsdagen”. Volgens de langetermijnverwachting van het KNMI is er van zaterdag 24 januari tot en met zaterdag 31 januari een vrij grote kans op temperaturen onder het langjarig gemiddelde. Daarbij is er ’s nachts geregeld lichte vorst mogelijk en is er ook een kans op matige vorst. Tegelijk neemt de kans op neerslag geleidelijk toe, met een kans op winterse neerslagvormen zoals sneeuw of onderkoelde (mot)regen.

Kijk je naar de praktische verwachtingen per dag, dan zie je de eerste vorstprik vooral in de nachten. In het noordoosten (zoals Drenthe) wordt de komende week meerdere nachten vorst verwacht, terwijl de middagtemperaturen vaak enkele graden boven nul blijven. Dat is typisch “winterachtig” weer: helder en koud in de nacht, maar overdag net te zacht om langdurig ijs op open water op te bouwen.

Impact op dagelijks leven: hier krijg je het meeste van mee

De grootste kans op overlast zit niet alleen in de temperatuur, maar in de combinatie van kou en neerslag.

  • Verkeer en ov: bij nachtvorst kunnen natte wegen verraderlijk glad worden, zeker op bruggen, viaducten en beschutte provinciale wegen. Onderkoelde regen kan in korte tijd tot grootschalige gladheid leiden.
  • Dagelijkse routine: meer kans op bevroren autoruiten, gladde stoepen en vertragingen in de ochtendspits. Gemeenten strooien preventief, maar lokale verschillen zijn groot.
  • Energie en woningen: bij aanhoudende kou gaat de warmtevraag omhoog. In slecht geïsoleerde woningen merk je dat direct, zeker bij wind.
  • Gezondheid: kwetsbare groepen (ouderen, mensen met hart- en longklachten) kunnen meer last krijgen van koude lucht, terwijl gladheid juist het risico op valpartijen vergroot.

Schaatskansen op natuurijs, met focus op Zuidoost-Drenthe

De hamvraag: gaat het lang genoeg vriezen voor natuurijs? Voor natuurijsbanen (onder water gezette weilanden) hanteren ijsclubs vaak een praktische vuistregel. De KNSB noemt als richtlijn dat er “bij elkaar opgeteld” ongeveer 35 graden vorst nodig is voordat een baan doorgaans veilig open kan; bijvoorbeeld vijf nachten van -7 graden of zeven nachten van -5 graden.

Op basis van de huidige verwachtingen voor Zuidoost-Drenthe (Emmen en Coevorden) lijkt de eerste koude fase vooral uit meerdere nachten rond -2 tot -4 graden te bestaan, met overdag meestal dooi. Dat tikt wel aan, maar komt in veel winters nét tekort voor betrouwbare openstelling van natuurijsbanen, tenzij de kou langer aanhoudt of de nachten kouder uitpakken dan nu verwacht.

Belangrijk: ga bij twijfel niet het open water op. Het KNMI benadrukt dat goed ijs voor een volwassen persoon pas vanaf circa 4 à 5 centimeter draagkracht kan hebben, en dat een grote mensenmenigte pas veilig is bij veel dikker ijs. IJsclubs meten en beoordelen dit lokaal; hun “open” betekent dat het gecontroleerd is.

Als het wél lukt, zijn dit logische plekken om in Zuidoost-Drenthe als eerste op natuurijs uit te komen (altijd pas als de ijsvereniging openstelling meldt):

  • Emmen: Natuurijsbaan Barger-Oosterveld (Sint Gerardusstraat, Emmen)
  • Schoonebeek: Natuurijsbaan Schoonebeek (Kerhoflaan, Schoonebeek)
  • Nieuw-Schoonebeek: Natuurijsbaan Nieuw-Schoonebeek (Dobbe, Nieuw-Schoonebeek)
  • Coevorden: Natuurijsbaan Coevorden-Steenwijksmoer (Hoofdweg, Coevorden)
  • Sleen (regio Coevorden/Emmen): natuurijsbaan van IJsvereniging Voorwaarts

Praktische tip: check altijd eerst schaatsen.nl (overzicht van natuurijsbanen) én de eigen kanalen van de ijsclub, omdat openstelling soms maar een paar uur of een dag kan duren.