Meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg worden vaker besproken, maar volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) blijft het zicht op het probleem beperkt. De inspectie wijst erop dat het aantal meldingen dat binnenkomt niet automatisch betekent dat het gedrag ook vaker voorkomt. Het kan ook samenhangen met meer aandacht, betere herkenning en een hogere bereidheid om te melden. Tegelijk is het volgens de IGJ aannemelijk dat een groot deel van de gevallen onder de radar blijft.
In 2024 ontving de IGJ 330 meldingen over (vermoedens van) seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting patienten en clienten. Dat is ongeveer hetzelfde aantal als in 2023. Van die meldingen ging het merendeel over lichamelijk grensoverschrijdend gedrag. De inspectie benadrukt dat dit soort cijfers vooral laten zien wat er gemeld wordt, en niet alles wat er daadwerkelijk gebeurt.
Onderzoek: duizenden mensen melden slachtofferschap
Naast de meldcijfers verwijst de IGJ naar uitkomsten van onderzoek waaruit blijkt dat het probleem groter is dan het aantal meldingen suggereert. Zo geven ruim 11.000 mensen van 16 jaar en ouder aan dat zij in een periode van 12 maanden seksueel grensoverschrijdend gedrag door een zorgverlener hebben meegemaakt. In dezelfde cijfers wordt ook onderscheid gemaakt tussen offline en online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld. Het gaat dus niet alleen om een incident in de behandelkamer, maar ook om bijvoorbeeld ongewenste berichten of opmerkingen in een zorgrelatie.
De IGJ wijst er bovendien op dat er in verschillende zorgsectoren risicofactoren aanwezig kunnen zijn: een-op-eencontact achter gesloten deuren, intieme onderzoeken, afhankelijkheidsrelaties, hierarchische verhoudingen en hoge werkdruk. Juist die combinatie kan het voor slachtoffers moeilijk maken om direct aan de bel te trekken of om signalen goed te duiden.
In de medisch specialistische zorg (ziekenhuizen en particuliere klinieken) ziet de inspectie een opvallend laag aantal meldingen in verhouding tot de omvang van de sector. In een analyse van meldingen uit 2016 tot en met 2024 gaat het om 105 meldingen in negen jaar tijd. De meldingen die er wel zijn, laten volgens de IGJ een verontrustend beeld zien: in een deel van de zaken waren er al eerdere signalen over dezelfde zorgverlener en soms waren er meerdere slachtoffers.
Oproep tot preventie en melden: wat kan helpen
De inspectie vindt dat zorginstellingen vaak pas in actie komen als er al een concrete melding of klacht is. Volgens de IGJ is er meer nodig dan alleen reageren op incidenten: instellingen moeten structureel inzetten op preventie, duidelijke grenzen in de zorgrelatie, herkenning van signalen en een cultuur waarin medewerkers en patienten veilig kunnen melden.
Ook het melden zelf blijft belangrijk. Zorgaanbieders hebben in bepaalde situaties een meldplicht richting de inspectie. Daarnaast kunnen patienten of naasten melding doen bij het Landelijk Meldpunt Zorg. Wie zich onveilig heeft gevoeld in een zorgsituatie of twijfelt over wat er is gebeurd, kan ook terecht bij organisaties die ondersteuning bieden, zoals het Centrum Seksueel Geweld. Daarbij geldt: hulp zoeken is geen bewijsprocedure, maar een stap om ondersteuning te krijgen en om te bespreken welke opties er zijn.
De kern van de boodschap van de inspectie: meldcijfers zijn waardevol, maar laten waarschijnlijk niet het volledige beeld zien. Juist daarom is blijvende aandacht nodig voor preventie, duidelijke meldroutes en patientveiligheid in alle zorgsectoren.
Reageren