De wintervoorraad aardgas in Nederlandse ondergrondse bergingen stond op woensdag 4 februari op 23,5 procent. Volgens EenVandaag was dat, op Kroatië na, het laagste niveau binnen de Europese Unie. Tegelijk nam de voorraad volgens experts dagelijks verder af met ongeveer 0,6 procentpunt, mede door wekenlange kou en extra inzet van gascentrales bij tegenvallende wind- en zonproductie.
Actuele cijfers laten zien dat die daling kan doorzetten: het Nationaal Energie Dashboard meldde in de nacht van 6 februari een gezamenlijke vullingsgraad van 21,9 procent.
Lage voorraad, nog geen directe paniek
Ondanks de lage vulgraad benadrukken deskundigen dat er op dit moment geen directe reden is om te denken dat “het gas opraakt”. Nederland is aangesloten op het Europese gasnetwerk en ontvangt daarnaast vloeibaar gas (LNG) via importterminals, onder meer uit de Verenigde Staten en Qatar, zo legde VEMW-directeur Hans Grünfeld uit. In dezelfde uitleg werd ook genoemd dat Nederland nog een deel van het gas zelf produceert.
Wel maakt de snelle daling duidelijk hoe afhankelijk het land is geworden van import en internationale aanvoerketens. Gasunie Transport Services (GTS) wijst er in zijn leveringszekerheidsoverzicht op dat Nederland steeds meer leunt op gasimport, vooral LNG, en dat leveringszekerheid mede afhangt van voldoende gevulde opslagen én goed functionerende internationale ketens.
Waarom discussie strategische noodvoorraad terug is
Een belangrijk punt in de huidige discussie: de gasopslagen in Nederland zijn in de kern bedoeld als seizoensbuffer. Ze worden in de zomer gevuld en in de winter aangesproken om piekvraag op te vangen. Gasunie beschrijft vier grote opslaglocaties (Norg, Grijpskerk, Alkmaar en Bergermeer) met samen ongeveer 14 miljard kubieke meter opslagcapaciteit. VEMW noemt in dezelfde context een capaciteit van circa 14,5 miljard kubieke meter in uitgeproduceerde velden.
Dat systeem werkt vooral goed als de vulling bij de start van het stookseizoen hoog genoeg is. Volgens EenVandaag begon Nederland dit stookseizoen met een vulling van ongeveer 74 procent, lager dan het Europese streven van 90 procent. Het Nationaal Energie Dashboard licht toe dat voor Nederland, door specifieke Europese rekenregels en het vultraject, 74 procent ook als “minimaal werkelijk vuldoel” kan gelden bij de start van de winter.
Experts waarschuwen dat seizoensopslag niet automatisch hetzelfde is als een strategische reserve voor uitzonderlijke crisissituaties, zoals langdurige internationale verstoringen. Precies daarom ligt de vraag op tafel of er een aparte noodvoorraad moet komen die alleen in uiterste nood wordt aangesproken.
Groningenveld genoemd als mogelijke “achter-de-hand”-optie
Gasexpert René Peters (TNO) pleitte in EenVandaag voor het serieus overwegen van een strategische noodvoorraad. Als relatief goedkope optie noemde hij het Groningenveld, omdat infrastructuur en putten er nog zijn. Peters benadrukte daarbij dat dit volgens hem wezenlijk iets anders is dan het veld “weer openen” voor reguliere productie: het gaat om een reserve die alleen in extreme situaties gebruikt zou mogen worden, bijvoorbeeld als vitale voorzieningen in de knel komen.
De gevoeligheid rond Groningen blijft daarbij groot, juist omdat het veld jarenlang een enorme rol speelde in de Nederlandse gasvoorziening en inmiddels is gesloten. Gasunie beschrijft dat het wegvallen van Groningen ook flexibiliteit uit het systeem haalde: vroeger kon winning makkelijker op- en afgeschaald worden tussen zomer en winter.
Tegelijk is er in de praktijk meer nodig dan alleen “een plek om gas te bewaren”. GTS stelt bijvoorbeeld voor het gasjaar 2026-2027 een vereiste vulling vast van 115 TWh (11,5 miljard kubieke meter) om seizoensschommelingen op te vangen, en onderstreept dat naast opslag ook koppelingen met buurlanden en diversificatie van aanvoer cruciaal zijn.
De komende periode zal het debat daarom niet alleen gaan over hoeveel gas er nog in de bergingen zit, maar vooral over de vraag hoe Nederland de leveringszekerheid structureel robuuster maakt in een veranderende, internationaal afhankelijkere energiemarkt.
Reageren